Welke valrisico’s spelen bij steigermontage en hoe worden die beheerst?

Ronny van Baal ·

Valrisico's bij steigermontage zijn reëel en statistisch aantoonbaar: van alle methoden voor werken op hoogte registreren steigers de meeste dodelijke valincidenten. De grootste gevaren doen zich voor tijdens de op- en afbouw van het steigersysteem zelf, wanneer monteurs werken op onvoltooide platforms zonder volledige valbeveiliging. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over veiligheid bij steigerbouw, van de wettelijke eisen tot praktische beheersmaatregelen en veiligere alternatieven.

Welke werkzaamheden tijdens steigermontage brengen het grootste valrisico met zich mee?

De hoogste valrisico's bij steigermontage doen zich voor tijdens de opbouwfase, wanneer het platform nog onvolledig is. Op dat moment werken monteurs op hoogte zonder de bescherming van een afgeronde werkvloer, leuningen of kantplanken. Juist in deze fase ontbreken de collectieve beveiligingsmaatregelen die de voltooide steiger biedt.

Specifieke werkzaamheden met verhoogd risico zijn onder andere:

  • Het plaatsen van de eerste steigerlagen - monteurs werken op smalle balken zonder onderliggende vloer of leuning.
  • Het aanbrengen van kantplanken en leuningbuizen - deze moeten op hoogte worden gemonteerd, terwijl de bescherming die ze bieden er op dat moment nog niet is.
  • Het opbouwen van steigers op ongelijke of hellende ondergrond - instabiliteit van de basisconstructie vergroot de kans op kantelen of verschuiven.
  • Het werken op de bovenste steigerlaag - dit is structureel de meest blootgestelde positie, zeker bij windgevoelige locaties of smalle constructies.
  • De afbouwfase - bij demontage worden leuningen en vloerdelen eerder verwijderd dan de monteurs de steiger verlaten, waardoor dezelfde kwetsbare situatie als bij de opbouw ontstaat.

Gemeenschappelijke noemer in al deze situaties is het ontbreken van een voltooide collectieve valbeveiliging op het moment dat het werk plaatsvindt. Dat maakt steigermontage inherent risicovoller dan werken op een volledig opgebouwde steiger.

Werkzaamheden op hoogte? Wij regelen het veilig.
Neem vrijblijvend contact op met ons team van IRATA-gecertificeerde specialisten.

Waarom vallen monteurs vaker van steigers dan van andere werkplatforms?

Monteurs vallen vaker van steigers dan van andere werkplatforms omdat zij zich op steigers regelmatig losmaken van hun persoonlijke valbeveiliging. Een enkelvoudige valbeveiliging belemmert de bewegingsvrijheid die nodig is om snel van het ene naar het andere steigeronderdeel te bewegen. Om praktische redenen haken monteurs hun lijn los, en precies op dat moment bestaat het valrisico.

Dit is geen kwestie van onzorgvuldigheid, maar van een systeemprobleem. De inrichting van een steiger vraagt voortdurend aan- en afhaken bij elke verplaatsing langs de constructie. In de praktijk leidt dit ertoe dat monteurs de lijn loshaken voor het gemak van bewegen, in de overtuiging dat de kans op vallen op dat specifieke moment klein is. Statistisch gezien is dat de situatie waarin de meeste valincidenten plaatsvinden.

Daarnaast spelen de volgende factoren een rol:

  • Onvoltooide of beschadigde vloerdelen - gaten in de werkvloer, losse planken of ontbrekende kantplanken zijn een directe valkuil.
  • Gladde oppervlakken - regen, ijs, olie of coating op steigerplanken verhogen het uitglijdrisico aanzienlijk.
  • Overbelasting van de steiger - materieel, gereedschap en meerdere monteurs tegelijk op een steigerlaag kunnen de constructie destabiliseren.
  • Onvoldoende toezicht - zonder actieve supervisie worden valbeveiliging en veiligheidsregels minder consequent nageleefd.

Het contrast met industriële touwtechniek (rope access) is hier relevant. Rope access-technici zijn via een tweepuntssysteem te allen tijde aangelijnd, een werklijn en een veiligheidslijn, zonder dat dit hun bewegingsvrijheid wezenlijk beperkt. Dat maakt het structureel losmaken van de lijn overbodig en statistisch aantoonbaar veiliger.

Welke wettelijke en normatieve eisen gelden voor valbeveiliging bij steigerbouw?

In Nederland zijn de wettelijke eisen voor valbeveiliging bij steigerbouw vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet en het bijbehorende Arbobesluit. De kernregel is dat bij werkzaamheden op hoogte vanaf 2,5 meter altijd doeltreffende maatregelen tegen vallen moeten worden getroffen. De voorkeursvolgorde loopt van collectieve bescherming (leuningen, kantplanken) naar persoonlijke valbeveiliging (harnas, valstoppers).

Specifiek voor steigerbouw gelden aanvullende normen en eisen:

  • NEN-EN 12811 - de Europese norm voor tijdelijke werkvloeren, waaronder steigers. Deze norm stelt eisen aan draagvermogen, stabiliteit, vloerconstructie en leuninghoogte (minimaal 1 meter).
  • Arbobesluit artikel 7.23 - verplicht een deugdelijke constructie en inspectie van de steiger voor ingebruikname, na wijzigingen en na weersomstandigheden die de stabiliteit kunnen hebben aangetast.
  • Steigerpaspoort - de steiger moet worden voorzien van een paspoort of inspectiedocument waaruit blijkt dat de constructie veilig is voor gebruik.
  • Persoonlijke valbeveiliging - wanneer collectieve bescherming niet volledig mogelijk is (zoals tijdens de opbouw), zijn monteurs verplicht een goedgekeurd harnas met valstoppers te dragen.
  • VCA-P - voor werk in de petrochemische industrie geldt de VCA-P-certificering als hoogste bedrijfsnorm. Deze stelt aanvullende eisen aan veiligheidsmanagementsystemen, toezicht en incidentregistratie.

De wet verplicht een deugdelijke opleiding voor iedereen die op hoogte werkt, met bijzondere aandacht voor reddingstechnieken. De wetgeving schrijft geen specifieke opleider voor, maar de eis van voldoende toezicht en aantoonbare competentie is expliciet.

Hoe worden valrisico's bij steigermontage in de praktijk beheerst?

Valrisico's bij steigermontage worden in de praktijk beheerst door een combinatie van collectieve beveiligingsmaatregelen, persoonlijke valbeveiliging, werkprocedures en actief toezicht. De effectiviteit hangt af van hoe consequent deze maatregelen worden toegepast, niet alleen op papier, maar op de werkplek zelf.

Collectieve en technische maatregelen

De eerste verdedigingslinie is altijd collectieve bescherming: leuningbuizen op minimaal 1 meter hoogte, kantplanken om wegrollend materieel te stoppen, en gesloten vloerdelen zonder openingen groter dan toegestaan. Steigers worden pas in gebruik genomen nadat een inspecteur het steigerpaspoort heeft afgegeven. Na zware windstoten, neerslag of andere omstandigheden die de stabiliteit kunnen hebben beïnvloed, volgt een herkeuring voor hervatting van de werkzaamheden.

Persoonlijke valbeveiliging en toezicht

Waar collectieve bescherming niet volledig mogelijk is, met name tijdens de opbouw en afbouw, zijn monteurs verplicht een gecertificeerd harnas te dragen in combinatie met een valstop of zelfinrollende valbeveiliger. De sleutel tot naleving is actief toezicht: een aangewezen veiligheidsverantwoordelijke die controleert of monteurs daadwerkelijk aangelijnd blijven en ingrijpt wanneer procedures worden omzeild. Toolboxmeetings voor aanvang van de werkzaamheden, duidelijke taakverdeling en een werkvergunningssysteem ondersteunen dit toezicht.

In de praktijk blijkt dit toezicht het kritieke verschil te maken. De technische maatregelen zijn bekend; de uitdaging zit in de dagelijkse naleving op drukke bouwplaatsen waar tijdsdruk en gewenning aan risico een rol spelen.

Wat zijn de alternatieven voor steigermontage bij moeilijk bereikbare constructies?

Bij moeilijk bereikbare constructies zijn de voornaamste alternatieven voor traditionele steigerbouw industriële touwtechniek (rope access), hangsteigers en gespecialiseerde modulaire platforms. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van de aard van het werk, de toegankelijkheid van de locatie, de doorlooptijd en de totale projectkosten.

Elk alternatief heeft zijn eigen toepassingsgebied:

  • Rope access - geschikt voor inspectie, onderhoud, lassen, coating, NDO-inspecties en reparaties op moeilijk bereikbare locaties. Bijzonder effectief waar steigers logistiek niet haalbaar zijn: dichte industrieterreinen, offshore constructies, bruggen en torens. Rope access-technici brengen hun eigen toegangsmiddel mee en voeren het technische werk direct uit.
  • Hangsteigers - tijdelijke werkvloeren die worden opgehangen aan de hoofdconstructie, bijvoorbeeld onder bruggen. Vereisen doorgaans afsluiting van rijbanen en zijn zwaarder en trager op te bouwen dan modulaire alternatieven.
  • Modulaire hangende platforms - zoals het SkyDeck platform, dat onder bruggen, sluizen en offshore constructies kan worden gehangen zonder rijbanen af te hoeven sluiten. Lichter en sneller op te bouwen dan een traditionele hangsteiger, en breed genoeg om ook de zijkanten van een constructie te bereiken.
  • Drones - uitsluitend geschikt voor visuele inspectie. Drones kunnen geen technisch werk uitvoeren; zodra een inspectie een defect constateert, moet alsnog een monteur worden gestuurd voor de reparatie.

Voor langdurig werk op grote aaneengesloten oppervlakken, zoals de ruwbouw van een gebouw waarbij permanent op hoogte wordt gewerkt, blijft een traditionele steiger vaak de meest efficiënte oplossing. Bij tilgewichten structureel boven de 300.000 kg gelden andere overwegingen. Buiten deze specifieke situaties biedt rope access in de meeste gevallen een kortere doorlooptijd, een kleinere footprint op het terrein en lagere totaalkosten.

Werkzaamheden op hoogte? Wij regelen het veilig.
Neem vrijblijvend contact op met ons team van IRATA-gecertificeerde specialisten.

Wanneer is rope access een veiligere keuze dan traditionele steigerbouw?

Rope access is statistisch veiliger dan traditionele steigerbouw omdat rope access-technici via een tweepuntssysteem te allen tijde zijn aangelijnd, een werklijn en een aparte veiligheidslijn, zonder dat dit hun bewegingsvrijheid beperkt. Daardoor is het structureel losmaken van de valbeveiliging, de meest voorkomende oorzaak van valincidenten bij steigers, bij rope access niet aan de orde.

Rope access is in het bijzonder de veiligere keuze in de volgende situaties:

  • Moeilijk bereikbare locaties waar een steiger niet of nauwelijks te plaatsen is zonder grote logistieke ingrepen.
  • Drukke industrieterreinen waar een steiger rijroutes, laad- en losposities of toegangswegen zou blokkeren, en daarmee nieuwe veiligheidsrisico's introduceert voor het bredere terrein.
  • Offshore omgevingen waar minimale footprint, snelle mobilisatie en aantoonbare veiligheidscertificering doorslaggevende inkoopfactoren zijn.
  • Gecombineerde inspectie en reparatie - rope access maakt het mogelijk om een defect te inspecteren en in dezelfde inzet te repareren, zonder dat een tweede mobilisatie nodig is.
  • Turnarounds en geplande stops in de petrochemische industrie, waar elke dag stilstand direct productieverlies betekent en een kortere doorlooptijd aanzienlijk meer waarde heeft dan een lagere dagtariefprijs.

Een belangrijk onderscheid bij de keuze voor rope access is de certificering van het uitvoerende bedrijf. Veel aanbieders werken met IRATA-gecertificeerde monteurs, maar zijn zelf als bedrijf niet IRATA-gecertificeerd. Een niet-gecertificeerd bedrijf staat niet onder toezicht van de internationale IRATA-organisatie en is niet verplicht incidenten te melden. Een serieuze opdrachtgever kiest altijd een bedrijf dat zelf IRATA-gecertificeerd is, niet alleen de individuele monteurs. Bij industriële en offshore projecten is dat onderscheid bij aanbestedingen en vergunningstrajecten doorslaggevend.

Bij elke rope access-inzet van een gecertificeerd bedrijf is verplicht een IRATA level-3 supervisor aanwezig. Deze supervisor is verantwoordelijk voor de touwtechnische veiligheid van de klus en het opzetten van het touwsysteem. Dat biedt een aantoonbare veiligheidsgarantie die bij steigerwerk, waar toezicht afhankelijk is van interne procedures en individuele discipline, niet op dezelfde gestructureerde wijze is geborgd.

Gerelateerde artikelen